Data kunnen helpen om op lokaal en regionaal niveau vraag en aanbod van energie met elkaar te verbinden. Maar hoe pak je dat aan? NP RES ondersteunt energieregio’s en gemeenten daarbij met datasprints, vertelt Rijk van Voskuilen, thematrekker data en monitoring bij NP RES. ‘Tijdens een datasprint onderzoeken we samen met de regio tijdens drie bijeenkomsten hoe data inzicht kunnen geven in een complex energievraagstuk waar de regio tegenaan loopt. Dat inzicht kan de regio helpen om betere besluiten te nemen.’
In ruimtelijke plannen rekening houden met energie
Zo krijgt ook Energieregio Noordoost-Brabant te maken met netcongestie. Daarom wilde de regio weten wat, vanuit beschikbaarheid van elektriciteit, de meest geschikte locaties zijn om tussen nu en 2040 nieuwe woningen te bouwen of bedrijven ruimte te bieden. Waar kunnen zij een stroomaansluiting krijgen en wanneer? ‘Als we daar meer duidelijkheid over hebben, kunnen we daar in onze ruimtelijke planningen rekening mee houden’, zegt Eugène Kuis, regiocoördinator
Energieregio Noordoost-Brabant. ‘Op die manier kunnen we energieplanologie in de praktijk brengen.’
Samen met NP RES ging de regio tijdens een datasprint, bestaande uit drie sessies, aan de slag om te inventariseren welke ontwikkelingen de gemeenten in de regio voorzien op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen en hoe zich dat verhoudt tot het elektriciteitsnetwerk en de investeringsplannen van netbeheerders TenneT en Enexis. ‘Om het overzichtelijk te houden kozen we ervoor om dit te onderzoeken voor twee locaties’, zegt Eugène. ‘Namelijk de onderstations Haps en ‘s-Hertogenbosch-Noord. Deze onderstations hebben een groot verzorgingsgebied in de regio, waarbij Haps vooral landelijk gebied bedient en ‘s-Hertogenbosch-Noord juist meer stedelijk gebied.’
Data van gemeenten en van netbeheerders nodig
Op basis van data van gemeenten over hun plannen op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen ontstond een beeld van hoe de vraag naar energie zich de komende jaren ontwikkelt. ‘Dat was de ene kant van de sprint’, aldus Eugène. ‘De andere kant was: hoe verhoudt zich dat tot het elektriciteitsnetwerk? Hoe is het net opgebouwd? En welke ontwikkelingen kunnen we daarin verwachten?’ Daarvoor zijn data nodig vanuit de netbeheerders. ‘Omdat we die data niet ontvingen, hebben we ons moeten baseren op openbare data over het netwerk’, zegt Eugène uit. ‘Dan krijg je een globaal en vrij abstract beeld van hoe het elektriciteitsnet is opgebouwd. Maar als je echt wilt weten waar je de komende jaren woningen of bedrijven kunt aansluiten, is veel fijnmazigere informatie nodig over ringen en lussen op het stroomnet.’
Meer gedetailleerd inzicht nodig
Conclusie vanuit de datasprint in Noordoost-Brabant was dat het op dit moment moeilijk is om die informatie boven tafel te krijgen. ‘Netbeheerders blijken dat meer gedetailleerde inzicht op dit moment nog lang niet altijd te bieden’, zegt Rijk. ‘De investeringsplannen van de netbeheerders geven inzicht in hun investeringen, maar er is geen koppeling beschikbaar met de onderliggende blokstructuren en netdelen. Terwijl die data nodig zijn om te kunnen aangeven waar er nu of in de toekomst capaciteit is om woningen en bedrijven te kunnen aansluiten.’ In de recent gepubliceerde Roadmap Datadelen voor de energietransitie van Netbeheer Nederland geven de netbeheerders aan dat zij het delen van data als een nieuwe kerntaak zien. Dat is, aldus Rijk, ‘cruciaal om de ruimte op het stroomnet optimaal te kunnen benutten en woningbouw en verduurzamingsplannen van bedrijven te kunnen doorzetten.’
In Energieregio Noordoost-Brabant werken gemeenten al samen met de netbeheerder, onder meer in de Brabantse Aanpak Netcongestie, zegt Eugène. ‘Maar om écht verder te kunnen met de ruimtelijke plannen in onze regio is meer gedeeld inzicht nodig. Vanuit de regio roepen we gemeenten dan ook op om hun data op orde te hebben en de netbeheerders nadrukkelijk om hun data met ons te delen.’
Meer informatie