Vier jaar lang was hij betrokken bij de Energieregio Noordoost-Brabant (RES NOB): in de Energietafel en Regiegroep. Het was een periode waarin het energiesysteem snel veranderde en de samenwerking binnen de regio zich verder ontwikkelde. “Ik vond het een hele boeiende tijd. Ook omdat dit voor gemeenten echt een relatief nieuw dossier is.”
Van lokaal portefeuillehouder naar regionaal vertegenwoordiger
Toen hij in 2022 de energietransitie expliciet in zijn portefeuille kreeg, veranderde zijn rol. Als wethouder Energie en coördinerend wethouder duurzaamheid werd hij verantwoordelijk voor een breed scala aan onderwerpen: energiebesparing, duurzame opwek, de warmtetransitie, isolatieprojecten en de aanpak van energiearmoede. Vanuit die rol vertegenwoordigde hij Meierijstad in het regionale overleg. “Dan gaat het niet alleen meer over hoofdlijnen, maar over concrete projecten en lastige keuzes, lokaal én regionaal.”
Het gesprek werd breder dan alleen opwek
In de beginfase lag binnen de RES sterk de nadruk op opwek en cijfers. Hoeveel duurzame energie wordt er gerealiseerd en hoe staat iedere gemeente ervoor? Gaandeweg verbreedde dat gesprek zich. “Door ontwikkelingen zoals netcongestie en veranderende wetgeving werd duidelijk dat je niet alleen naar opwek kunt kijken. Het gaat uiteindelijk om het Energiesysteem van de Toekomst: een samenhangend geheel van opwek, warmte, infrastructuur en gebruik, én om de impact daarvan op de leefomgeving.”
Een belangrijk moment daarin was de verandering in de samenwerkingsstructuur. Waar het overleg eerst vooral bestuurlijk was ingericht, schoof later een bredere groep maatschappelijke partners aan bij de Energietafel. “Dat heeft echt iets gebracht. Het gesprek werd breder en realistischer.”
Regionale doelen, lokale dilemma’s
De energietransitie blijft een ingewikkeld verhaal, zeker richting inwoners. “Je ziet krantenkoppen over een vol elektriciteitsnet, terwijl je tegelijkertijd uitlegt waarom er windmolens of zonneparken nodig zijn. Dat voelt voor mensen soms tegenstrijdig.” Toch is het grotere plaatje volgens hem logisch. “We zijn laat begonnen. We bouwen nu tegelijk aan duurzame opwek, aan een zwaarder elektriciteitsnet en aan het elektrificeren van woningen en bedrijven.”
Dat de energietransitie mensen direct raakt, merkt hij ook in de praktijk. Projecten voor zon en wind hebben invloed op het landschap en roepen emoties op. “Achter regionale doelen zitten lokaal vaak spannende dossiers. Dat verschilt per gemeente, en juist daarom is die regionale samenwerking zo waardevol.” Hij spreekt zelfs van een vorm van lotgenotencontact. “Je ziet bij elkaar hoe lastig het kan zijn, maar ook dat het soms wél lukt. Dat schept verbondenheid.”
Samenwerken met lokale partijen
Samenwerking met lokale partijen, zoals energiecoöperaties, ziet hij als een belangrijke kans. “Als je kunt zorgen dat niet alleen de lasten, maar ook de lusten lokaal terechtkomen, helpt dat enorm. Het vergroot de betrokkenheid en het begrip.” Zo wordt volgens hem duidelijker dat de energietransitie onderdeel is van een groter verhaal over energieonafhankelijkheid en klimaatverandering.
Een rol met ruimte voor elkaar
Over zijn eigen rol blijft hij bescheiden. Hij ziet zichzelf niet als iemand die op de voorgrond hoeft te staan. “Ik vind vooral de manier van samenwerken belangrijk. Het moet geen afrekentafel zijn. Je moet elkaar stimuleren, begrip hebben voor elkaars context en ruimte laten voor verschillen tussen gemeenten.” Daarbij hielp het volgens hem om het overleg soms wat luchtig te houden. “Humor kan verbindend werken.”
Daarnaast benadrukt hij het belang van de mensen achter de schermen. “Als wethouder kom je nergens zonder de ambtenaren en medewerkers die het werk doen. Sommigen zijn heel zichtbaar, anderen minder, maar allemaal zijn ze cruciaal.”
Luister en leer van elkaar
Terugkijkend is hij tevreden over wat er in Meierijstad in gang is gezet. Niet alles is afgerond, maar er is wel voortgebouwd op bestaande projecten en er zijn nieuwe stappen gezet. “Vier jaar is lang en tegelijk kort, zeker in de energietransitie. Of we alle doelen gaan halen, zal de tijd leren.”
Voor zijn opvolger heeft hij een duidelijk advies: kijk verder dan de eigen gemeentegrenzen “Je focus ligt natuurlijk lokaal, maar je bent onderdeel van een regio. Luister naar elkaar, leer van elkaar en kijk waar je elkaar kunt versterken.”